De impact van duurzaamheid in de drukste haven van Europa

Veranderen is allesbehalve eenvoudig, maar we zijn op de goede weg.
De energietransitie is ongetwijfeld een van de belangrijkste keerpunten van onze tijd. Ze vloeit rechtstreeks voort uit de behoefte aan een duurzamere wereld. Voor de EU is dit nog urgenter geworden door de oorlog in Oekraïne en de noodzaak om minder afhankelijk te zijn van Russisch gas.
Er wordt gekeken naar schonere, duurzamere alternatieven, zoals LNG. Maar duurzaamheid omvat meer dan dat: circulariteit, walstroom, digitalisering en efficiëntere toeleveringsketens zijn eveneens essentiële onderdelen van een duurzame toekomst. Duurzaam denken kan simpelweg niet langer worden genegeerd. Dat biedt volop kansen voor de stukgoedsector.
Europa loopt voorop en heeft zich ten doel gesteld om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Er is afgesproken om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990. De discussie richt zich nu op de vraag „hoe“.
De Haven van Rotterdam, gastheer van Breakbulk Europe 2023, dat van 6 tot en met 8 juni plaatsvindt in het congrescentrum Rotterdam Ahoy, heeft verschillende toekomstscenario’s voor 2050.
„Als we kijken naar de invloed van duurzaamheid op de stukgoedoverslag, zien we in de meeste van deze scenario’s een toename van de overslagcapaciteit. In drie van de vier scenario’s zien we bovendien dat het aandeel van stukgoed in de totale volumes toeneemt“, aldus Hugo du Mez, adviseur strategie en analyse bij de Haven van Rotterdam.
De Havenautoriteit onderscheidt twee pijlers van duurzaamheid die specifiek zijn voor de stukgoedsector.
“Enerzijds opslag en overslag, oftewel het omleiden van goederenstromen. Anderzijds de duurzaamheid van de verschillende schakels in de toeleveringsketen – wat doen breakbulkterminals zelf bijvoorbeeld?”, aldus Joost Eenhuizen, businessmanager voor de breakbulk- en offshore-industrie bij de Haven van Rotterdam.
Wat opslag en overslag betreft, wijst de bedrijfsleider op de veranderende goederenstromen voor non-ferrometalen en voor nieuwe materialen zoals lithium, evenals op de overslag van staal.
"De totale volumes zullen naar verwachting toenemen, deels als gevolg van de toenemende elektrificatie. En de verscheidenheid aan grondstoffen neemt toe," aldus du Mez.
“Bovendien veranderen de toeleveringsketens en zien we een verschuiving van grondstoffen naar halffabricaten. Of beter gezegd: van bulkgoederen naar stukgoed. De tijd zal leren of deze veranderingen blijvend zijn of niet. Wat zeker is, is dat duurzaamheid een positief effect heeft op de stukgoedsector in Rotterdam.”
Hiermee doelt hij op concrete projecten, zoals het groeiende aantal offshore windparken. De vraag naar non-ferrometalen zoals koper, nikkel, lithium en aluminium stijgt tot ongekende hoogten, mede als gevolg van dat groeiende aantal windparken.
Voor zware ladingen en projectladingen zijn de gevolgen mogelijk nog groter. Productiefaciliteiten over de hele wereld die momenteel steenkool of andere fossiele brandstoffen als grondstof gebruiken, schakelen over op schonere energiebronnen.
De overslag en verzending van onderdelen voor elektrolyse-installaties, waterstofopslagtanks, compressoren en batterijstations zijn uiteraard ook van grote invloed op de toeleveringsketens voor stukgoed: „Stukgoedterminals spelen hierin een cruciale rol“, aldus du Mez.
„Aan de andere kant zitten deze stukgoedterminals zelf ook niet stil“, voegde Eenhuizen eraan toe. „Ze richten zich steeds meer op elektrificatie. Daarbij worden de investeringen in zonnepanelen en dieselapparatuur vervangen door schonere elektrische apparatuur. Walstroom is ook een hot topic voor stukgoedterminals.“
Du Mez noemt walstroom het „grote verhaal“ van dit moment: „Op dit moment is walstroom nog geen wettelijke verplichting voor stukgoedschepen, maar de ontwikkelingen werpen hun schaduw vooruit.“
De directeur wees op de bestaande hindernissen die nog moeten worden overwonnen op weg naar een duurzame toekomst: „Verandering is allesbehalve eenvoudig. Vooral bij stukgoedterminals is expertise van cruciaal belang, aangezien terminals onderling sterk kunnen verschillen. Dat maakt het extra complex. Maar we zijn op de goede weg.”
De proefovereenkomst tussen het Havenbedrijf, rederij CargoW en de Steinweg-terminal in de Eemhaven in Rotterdam is hier een perfect voorbeeld van. Door multifunctionele schepen tijdens hun verblijf in Rotterdam aan te sluiten op walstroom, wordt de CO2-uitstoot met meer dan 10 procent verminderd.
"Dit soort projecten biedt alle belanghebbenden, waaronder wij als Havenbedrijf, informatie en expertise waarmee we op onze beurt andere terminals en partijen kunnen helpen," aldus du Mez.
Meer informatie over het streven naar schone energie in Rotterdam:
https://www.portofrotterdam.com/en/logistics/cargo/breakbulk
https://www.portofrotterdam.com/en/news-and-press-releases/pilot-for-mobile-shore-based-power-on-hydrogen-with-cargow-at-steinweg
https://connect.portofrotterdam.com/whitepaper-opportunities-and-threats-for-breakbulk-sector

FOTO BOVENAAN: Freyja W (CargoW) ligt aangemeerd aan de kade van de Steinweg Beatrix-terminal, waar het proefproject met walstroom zal plaatsvinden. FOTO: Haven van Rotterdam

















.png?ext=.png)








_1.jpg?ext=.jpg)










